Hoe wordt het energielabel bepaald?
Maar hoe komt zo’n labelletter nu eigenlijk tot stand? Hoe bepaalt de energieadviseur de score op je label en waarom verschilt het getal soms van je echte energierekening? Op deze pagina leggen we het uit.
Het bezoek van een energieadviseur
Om je energielabel te bepalen komt een gecertificeerd adviseur langs aan huis. De adviseur verzamelt technische informatie over onder andere de isolatie, verwarming en ventilatie. Hiervoor volgt hij of zij strenge, vaste regels en voert alles in een speciaal rekenprogramma in. Kun je bij een bepaald onderdeel (zoals isolatie) niet met een factuur of foto bewijzen dat het is aangebracht? Dan maakt de adviseur een inschatting, vaak gebaseerd op het bouwjaar. Dit voorkomt dat je een te hoog label krijgt. De adviseur slaat alle keuzes op in een dossier, dan kan de betrouwbaarheid van het label later altijd gecontroleerd worden.
Hoe wordt de labelletter bepaald?
Een energieadviseur bekijkt de techniek van je woning. Daarmee bepaalt de adviseur jouw label. Drie dingen zijn daarbij belangrijk:
-
01
Isolatie: Hoe goed houden de buitenmuren, het dak, de vloer en de ramen de warmte binnen?
-
02
Vaste installaties: Welke vaste apparaten heeft het huis voor verwarming, frisse lucht, koeling en warm water? Denk aan een cv-ketel, ventilatieapparaten, een warmtepomp of een vaste airco.
-
03
Zelf energie opwekken: Heeft het huis apparaten om zelf schone energie te maken? Denk aan zonnepanelen voor stroom of een zonneboiler voor warm water.
Verzamel vooraf je bewijsstukken
De energieadviseur moet elke keuze in een officieel dossier vastleggen. Kan de adviseur iets niet met eigen ogen zien of controleren? Dan moet hij of zij volgens de wet uitgaan van een standaardwaarde, vaak gebaseerd op het bouwjaar van je huis. De standaardwaarde is vaak een strenge en voorzichtige inschatting. Daardoor kan je een ongunstiger label krijgen dan nodig is. Het is dus slim om vooraf zoveel mogelijk papieren te verzamelen en klaar te leggen. Denk hierbij aan:
- Facturen van bouwbedrijven of isolatiebedrijven: Zorg dat hierop duidelijk het adres staat, de dikte van het materiaal en de isolatiewaarde (de Rd-waarde).
- Foto's van een verbouwing: Vooral foto's waarop de dikte en het merk van het isolatiemateriaal goed te zien zijn.
- Bouwtekeningen en plattegronden: Hier staan de technische details van de muren, het dak of de vloer op.
- Informatie over je glas: Facturen van de glaszetter. De adviseur kijkt ook naar de code die in de metalen strip tussen de glasplaten staat.
- Handleidingen en facturen van installaties: Zoals van je warmtepomp, ventilatiesysteem of zonnepanelen.
Tip voor de toekomst
Sla ook bij toekomstige verbeteringen van je huis bewijsstukken op:
-
Ga je aan de slag met isolatie? Bewaar altijd alle offertes, facturen en foto's van de werkzaamheden.
-
Maak foto's voordat de afwerking is geplaatst, als de isolatie nog zichtbaar is.
-
Bewaar documentatie van de materialen, zoals het merk, type en isolatiewaarde. Vaak vind je die informatie op de sticker op de verpakking.
-
Ben je zelf niet aanwezig tijdens de werkzaamheden? Vraag dan aan iemand anders om foto’s te maken.
-
Als je de aanpassingen door een bedrijf laat uitvoeren, vraag dan aan de aannemer om specificaties te noemen in de offerte én de facturen. Zoals het aantal vierkante meters, isolatiewaarden en meldcodes voor de ISDE-subsidie.
Wat telt er niet mee?
Het energielabel gaat echt alleen over de drie punten hierboven. Het kijkt naar het huis zelf en niet naar hoe jij erin leeft. De rest van je energieverbruik telt dus niet mee voor het label. Losse apparaten met een stekker, zoals de televisie, koelkast of wasmachine, hebben geen invloed op je label. Ook de manier waarop je kookt (met gas of inductie) maakt niet uit voor de score. En je energielabel wordt niet beter als jij korter doucht of de verwarming een graadje lager zet.
Jouw woning versus jouw gedrag
Omdat het energielabel alleen over het gebouw gaat, is het energiegebruik op het label bijna nooit hetzelfde als wat er op jouw echte energierekening staat. Om huizen eerlijk met elkaar te kunnen vergelijken, rekent het computerprogramma van het energielabel met een standaard situatie. Het programma gaat uit van een gemiddeld aantal bewoners, een gemiddeld Nederlands klimaat en standaard gedrag voor verwarming en warm water.
Jouw persoonlijke gedrag maakt voor je energierekening juist een enorm verschil:
- Je kunt in een huis met een onzuinig label (zoals E of F) heel zuinig leven door de thermostaat laag te houden, korter te douchen en slim om te gaan met warme kleding. Je energierekening is dan een stuk lager dan het label voorspelt.
- Andersom kun je in een supergroene A++++ woning alsnog veel energie verbruiken. Bijvoorbeeld door de kamers heel warm te stoken, lang te douchen of veel grote energieslurpers te gebruiken.
Groen stroomcontract telt niet mee
Het energielabel rekent standaard met de grijze stroom van het vaste net. Het telt dus niet mee of jij bij jouw energieleverancier een contract voor 100% groene stroom hebt afgesloten. Zo'n groen contract hoort namelijk bij jou als persoon, niet bij de stenen van het huis. Als je verhuist of overstapt, neem je dat contract mee of verandert het weer. Het label kijkt puur naar wat het huis zelf kan.
Luchtdichtheid wordt niet gemeten voor energielabel
Soms hebben mensen een goed energielabel, maar voelt hun huis in de winter toch koud en tochtig aan. Vaak heeft dit te maken met verborgen naden en kieren in het bouwwerk. Bij woningen met een goed label zijn de ramen zelf meestal prima in orde, met goed glas en sluitende rubbers. De tocht komt dan niet door het raam, maar door de randen eromheen: de plek waar het kozijn aansluit op de buitenmuur. Ook op de naad tussen het dak en de muur kunnen kieren zitten. Via dat soort spleten waait de koude lucht alsnog naar binnen en lekt de warme lucht naar buiten.
Waarom zie je dit niet direct terug op het label?
Het is lastig en duur om bij elk huis alle naden en kieren precies te meten met een speciale luchtdruktest. De energieadviseur controleert dit dus niet apart. Het computerprogramma waar het energielabel in wordt bepaald, schat de luchtdichtheid in op basis van het bouwjaar van je huis of de aangebrachte isolatie. Hierdoor kan het gebeuren dat je op papier een goed geïsoleerd huis hebt, terwijl het in de praktijk toch tocht.
Je energielabel updaten (herlabelen)
Heb je net je huis beter geïsoleerd of nieuwe, zuinige installaties geplaatst? Dan kan het slim zijn om je energielabel opnieuw te laten vaststellen. Met een beter energielabel stijgt de waarde van je huis. Dit is handig als je je huis wilt verkopen of verhuren, of als je extra hypotheek wilt aanvragen. En soms rekent je bank een lagere rente als je woning meer waard is.
Herlabelen zonder nieuw huisbezoek
Heb je een energielabel gekregen en heb je daarna aanpassingen gedaan om je huis energiezuiniger te maken? Dan hoeft de energieadviseur niet altijd bij je thuis langs te komen om het energielabel aan te passen. Hier gelden wel een paar regels voor:
- Je kunt je label alleen op afstand laten updaten binnen 2 jaar na het vaststellen van je huidige energielabel.
- Je moet hiervoor aankloppen bij dezelfde energieadviseur die het oorspronkelijke label heeft bepaald. Heb je de woning net gekocht? Dan is dit vaak de adviseur die door de vorige bewoner is ingeschakeld. Je vindt de naam en contactgegevens van dit adviesbedrijf altijd terug op de eerste pagina van je huidige energielabel. Deze adviseur is en blijft namelijk verantwoordelijk voor de hele berekening.
- De einddatum van je vernieuwde label blijft hetzelfde als die van je oorspronkelijke label. Een energielabel is 10 jaar geldig.
Bij welke verbeteringen is herlabelen op afstand mogelijk?
De adviseur kan het label op afstand voor je aanpassen als je bestaande onderdelen één-op-één hebt verbeterd. Denk bijvoorbeeld aan:
- Enkelglas vervangen door HR++-glas.
- Een oude cv-ketel vervangen door een nieuwe of het installeren van een hybride warmtepomp.
- Zonnepanelen of buitenzonwering plaatsen.
- Radiatoren vervangen door vloerverwarming.
De adviseur mag dit alleen op afstand aanpassen als je duidelijk bewijs kunt aanleveren. Zorg dus dat je scherpe foto's van de werkzaamheden en de facturen van de materialen goed bewaart.
Wanneer moet de adviseur wél langskomen?
De adviseur moet wel bij je thuis komen als er dingen in of aan het huis zijn veranderd die de adviseur niet zomaar op afstand kan controleren. Dit geldt in de volgende twee situaties:
De afmetingen van het huis veranderen
Wordt je huis groter of verandert de vorm? Dan moet de woning opnieuw worden opgemeten. Denk hierbij aan:
- Het plaatsen van een aanbouw of serre.
- Het plaatsen van een dakkapel.
- Het betrekken van een onverwarmde garage of zolder bij de woonruimte door deze te isoleren.
- Het aanbrengen van isolatie aan de buitenkant van je woning, zoals buitengevelisolatie of dakisolatie. Je woonruimte binnen blijft hierbij hetzelfde. Maar omdat de dikke 'jas' van je huis aan de buitenkant groter wordt, moet de adviseur toch opnieuw meten.
Je plaatst een compleet nieuwe installatie
Plaats je geen vervangend apparaat, maar iets heel nieuws? Ook dan komt de adviseur langs. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van een vaste airco in de slaapkamer of woonkamer. Een airco is namelijk een nieuw apparaat dat energie gebruikt om te koelen en vaak ook kan verwarmen. Dit beïnvloedt de rekenmethode. De adviseur moet ter plekke de nieuwe installatie bekijken om de berekeningen kloppend te maken.
Anderen keken ook naar
Zoek je energielabel
Welk energielabel heeft jouw (beoogde) huis? Check hier het energielabel van je huidige of toekomstige huis.
Energielabel woningen
Het energielabel laat je zien hoe zuinig een huis is, en wat je kunt doen om het comfortabeler en energiezuiniger te maken. Bekijk het voorbeeld!
Veelgestelde vragen energielabel woningen
Vragen over de registratie van een label en uitzonderingen? Of wil je weten hoe je een betrouwbare adviseur vindt? Je vindt de antwoorden hier.